
Tijdens een studie in lichaamsgerichte therapie, zoals bijvoorbeeld Postural Integration of Neo Reichiaanse Therapie & Energetic Integration, biedt BodyMind Integration de mogelijkheid tot leertherapie aan. Marianne is als leertherapeut verbonden aan de opleiding BodyMind.
Een therapeut in wording ontdekt al snel dat volmaakt zijn een rekbaar begrip is. Juist in contact met allerlei verschillende hulpvragers zal hij bijvoorbeeld stuiten op de gevoeligheden van zijn eigen `psychische eksterogen' en/of de onbedoelde effecten van zijn eigen contactbarrières.
Het vraagt dan ook een speciale helderheid om uit het labyrint van onoverzichtelijke reactiepatronen te blijven. Het is dus bijzonder wenselijk dat een therapeut zijn persoonlijke mogelijkheden en onmogelijkheden `in kaart heeft gebracht' nog voordat hij in contact treedt met cliënten. De leertherapie helpt hierbij, maar leertherapie doet nog veel meer.
Op dit moment wordt BodyMind leertherapie in individuele sessies gegeven. Dit betekent dat er ruim de tijd is om, gesteund door de volle aandacht van de leertherapeut. de verschillende leeraspecten aan de opleiding op een diep niveau te gaan ervaren en uitwerken Het aan den lijve ondervinden van de in de opleiding gebruikte methodes, leidt hier bijvoorbeeld vaak tot het werkelijke begrip ervan, maar ook ervaringen tijdens de studie rond het groepsproces kunnen worden uitgewerkt en geëvalueerd, waardoor een wezenlijke integratie binnen de persoon kan plaatsvinden en het vak echt eigen gemaakt kan worden.
Er is dus een heel duidelijke overeenkomst met `gewone therapie', zeker voor diegenen die al meteen aan het begin van de opleiding kunnen starten, maar leertherapie gaat verder. Leert een `gewone' cliënt de blik naar binnen te keren en de aard van zijn projecties op de mensen in de buitenwereld te kennen; de aspirant-therapeut gaat tevens de verschillende gebruikte technieken onderscheiden en zich oriënteren op de beroepsrol. Deze kan hij bijvoorbeeld alvast van de leertherapeut 'afkijken' en er het zijne van leren.
Het oefenen van de beroepsrol hangt samen met de beroepsmotivatie. Dit blijkt wanneer er een start gemaakt wordt met eigen cliënten. Dit is vaak een spannende fase waarbij vragen kunnen opkomen als: Waarom doe ik dit? Waarom lukt het me niet om cliënten te krijgen?
Wil ik dit eigenlijk wel? Kan ik dit wel? En later: Waarom wordt ik zo boos of ongeduldig naar die cliënt, of kom ik met hem of haar niet tot de kern? Bij deze laatste vragen kunnen mechanismen als overdracht en tegenoverdracht een rol spelen Van overdracht is sprake wanneer de cliënt onbewust de therapeut eigenschappen toeschrijft die eigenlijk thuishoren in de relatie met zijn ouders en in de tegenoverdracht doet de therapeut dit zelfde naar de cliënt.
Dat wat we als therapeut onbewust inbrengen in het contact met anderen, leidt tien tegen één tot onbedoelde effecten in het werk. De leertherapeut kan zo'n 'blinde vlek' signaleren omdat die ook zichtbaar wordt in contact met hem of haarzelf. De student kan gesteund worden bij het uitwerken en helen van de mogelijke problematiek eromheen en zichzelf leren daarin te accepteren. Dit is nodig om de mogelijke kritiek van een toekomstige cliënt te kunnen verdragen zodat de therapeut niet krampachtig gaat functioneren of in de verdediging schiet. De bedoeling is ook dat de aspirant-therapeut zich bewust gaat worden van zijn eigen reactiepatroon in de cliëntrol, want vanuit deze positie leert hij immers `aan den lijve' ervaren wat het is om te voelen, te denken en te handelen als hulpvrager?
Hier vind je een stuk over veiligheid.
